Werken en leren
Megan kon meteen aan het werk, terwijl ze de opleiding volgde. “De eerste zes weken ga je voltijds naar school, maar daarna stap je de praktijk in. Je werkt dan 36 uur in de week en hebt af en toe lesblokken. Dat is perfect, want je kunt wat je leert meteen in de praktijk brengen. Je wordt in die periode gekoppeld aan twee werkbegeleiders en een praktijkbegeleider op de afdeling: zij helpen je op weg en bij hen kun je met al je vragen terecht. Dat is heel fijn. De opleiding duurt drie jaar. Afgelopen augustus heb ik mijn diploma gehaald.”
Tijdens de opleiding deed Megan korte stages op andere afdelingen. “Ik heb bijvoorbeeld meegelopen op allerlei poli’s, zoals chirurgie, kort verblijf en de spoedeisende hulp, op een verpleegafdeling en ook met het anesthesieteam – met wie we als operatieteam natuurlijk nauw samenwerken. Zo krijg je een beeld van de route die patiënten doorlopen voor- en nadat ze bij ons op de OK komen. Dat was heel interessant, al moet ik zeggen dat ik steeds blij was als ik op de OK terugkwam.”
Een echt leerklimaat
De locatie Hoorn van het Dijklander Ziekenhuis telt tien operatiekamers, waar in totaal zo’n tachtig OK-assistenten werken. “Het is een groot team, maar zo voelt het niet: we zijn best hecht en weten de belangrijke dingen van elkaar. In de pauzes hebben we het heel gezellig. Ook het contact met de chirurgen en de collega’s van anesthesie is leuk en laagdrempelig. Het Dijklander is een opleidingsziekenhuis – je merkt dat er echt een leerklimaat heerst: er is altijd ruimte om vragen te stellen en je mag ook veel zelf doen als je aangeeft dat je iets wilt leren. Dat hoor ik trouwens ook van coassistenten die uit grotere ziekenhuizen komen: hier krijg je sneller verantwoordelijkheid.”
Goede voorbereiding
De dagen zijn heel afwisselend, vertelt Megan. “De ene keer sta je steriel aan tafel en assisteer je direct bij de operatie. Je geeft de juiste instrumenten aan, maar mag bijvoorbeeld vaak ook helpen hechten. De andere keer ben je omloop, waarbij je onder meer apparaten aansluit en gegevens invult in de computer. Als je gangdienst hebt, val je in voor collega’s die in de verschillende OK’s bezig zijn zodat zij pauze kunnen nemen, of je wordt gebeld om een extra instrument te brengen of om weefsel voor onderzoek weg te brengen.”
Het leukst vindt ze het om direct bij de operatie te assisteren. “Er zijn natuurlijk spoedgevallen en andere verrassingen, maar op basis van het weekrooster kun je veel dingen voorbereiden, zodat je van tevoren weet wat je wanneer nodig hebt. Door intensief mee te kijken tijdens de operatie en vooruit te denken, hoeft de chirurg zo min mogelijk te vragen. Zo draag je eraan bij dat alles zo vlot mogelijk verloopt. Het is ook wel eens spannend en hectisch, bijvoorbeeld bij een acuut aneurysma. Maar zulke dingen horen erbij en houden je scherp.”
‘Elke operatie is anders’
Megan heeft er geen moment spijt van gehad dat ze in het Dijklander Ziekenhuis is gaan werken. “De sfeer is betrokken en belangstellend, zowel voor patiënten als voor personeel. Er is aandacht voor je werk-privé-balans: de roosteraars houden zoveel mogelijk rekening met je wensen, iedereen is daar heel tevreden over. Ook zijn de arbeidsvoorwaarden prima. Zo heb ik een fiets aangeschaft via het fietsplan en heb ik met korting een sportabonnement. Het OV wordt honderd procent vergoed, en met mijn salaris ben ik ook heel tevreden. We werken er dan ook wel hard voor hoor, want je moet altijd ‘aan’ staan. Maar ik ga elke dag met plezier naar mijn werk.”
Het ziekenhuis biedt ten slotte ook veel mogelijkheden om door te groeien. “Ik heb zelf nog maar net mijn diploma, maar er zijn hier altijd opleidingsmogelijkheden. Ook zijn er op de afdeling commissies op tal van onderwerpen waarin je kunt meedenken: bijvoorbeeld een greenteam voor duurzaamheid en binnenkort een robotteam – daarin wordt de aanschaf van een operatierobot onderzocht en voorbereid. Maar bovendien ontwikkel je je elke dag in je eigen vakgebied. Elke operatie is anders, dus je leert voortdurend nieuwe dingen. Zo was ik er laatst bij toen een long moest worden verwijderd. Dat was voor mij de eerste keer en ik vond dat best indrukwekkend. Zo leer je steeds wat bij en word ik elke dag beter in mijn vak. Dat maakt me trots.”