Spannend, maar boeiend
“Tijdens mijn studie geneeskunde deed ik tijdens mijn coschappen ervaring op de psychiatrie,” blikt Marleen terug. “Het viel mij op dat ik daar heel serieus werd genomen. Een andere sfeer dan het hele hiërarchische van veel andere disciplines in die tijd. Als basisarts in een GGZ-instelling bleek dit echt wat voor me te zijn: de acute opnamen, de heftigheid van de psychiatrische beelden. Het was soms spannend, maar heel boeiend.”
Tijdens haar opleiding tot psychiater werkte ze op de Psychiatrische Afdeling van het Algemeen Ziekenhuis (PAAZ). “Daar sprak het me heel erg aan dat ook gekeken werd naar somatiek en de interactie van lichamelijke en psychische klachten. Die twee kanten hebben bijna altijd invloed op elkaar. Na mijn opleiding vond ik een baan in het ziekenhuis in Purmerend. Daar was ik meteen op mijn plek. Dat is nu 21 jaar geleden – dit is dus eigenlijk nog steeds mijn eerste baan als medisch specialist!”
Heftige problematiek
Vanaf het begin viel haar de goede sfeer in het team op. “Niet alleen in de vakgroep, maar ook met het verpleegkundig team. Dat is hier extra belangrijk, want de problematiek van de patiënten is soms zo heftig dat je elkaar hard nodig hebt. De heftigste situaties die we kunnen hebben is als een patiënt agressief wordt of een suïcidepoging doet. Of de combinatie daarvan: dat zijn agressie zich op zichzelf richt. Ik herinner me een man die na een overdosis op de intensive care was binnengekomen en daarna bij ons op de gesloten afdeling kwam. Hij was ernstig depressief, psychotisch en blijvend suïcidaal. Toen hij een nieuwe poging deed, kwamen we allemaal meteen in actie. In zo’n crisissituatie is het ontzettend belangrijk dat we helemaal op elkaar zijn ingespeeld en dat de taken helder zijn. Gelukkig spelen zulke dingen zich niet dagelijks af, maar er zijn jaarlijks wel verschillende acute situaties, waar snel handelen nodig is. Onderling vertrouwen is daarbij onmisbaar.”
Andere patiënten komen binnen met onverklaarbare klachten. “Dan gaan we multidisciplinair uitgebreid onderzoek doen: wat maakt nou dat de patiënt deze klachten heeft die zich psychiatrisch en lichamelijk uiten? De uitslag is soms heel dramatisch voor de patiënt; bijvoorbeeld als je een zeldzame aandoening ontdekt, zoals een ontsteking in de hersenen of Creutzfeldt Jakob. Maar anderzijds is het uiteindelijk toch fijn dat ontdekt wordt wat er aan de hand is en wat iemand kan verwachten. Het geeft voldoening om de patiënt en de naasten op die manier te kunnen helpen.”
Ziekenhuis met eigen psychiatrie
Zes jaar na haar aanstelling nam de vakgroepvoorzitter van de zorgeenheid Psychiatrie afscheid en vroeg hij Marleen om zijn functie over te nemen. “Die combinatie van psychiater zijn én het managen van de afdeling bleek goed bij me te passen. Het ziekenhuis in Hoorn had voorheen geen psychiatrische afdeling , dus het was best spannend hoe het verder zou gaan toen we fuseerden. Zelf ben ik overtuigd van het belang van het combineren van psychiatrie en het lichamelijke aspect. Uit onderzoek blijkt dat meer dan een kwart van alle patiënten in het ziekenhuis ook een vorm van psychisch lijden heeft. Als je hier aandacht voor hebt, kun je iemands herstel en ligduur sterk beïnvloeden. Denk aan angst- en andere psychische stoornissen die in de samenleving veel voorkomen en die bij lichamelijk lijden nog toenemen. Gelukkig is de raad van bestuur hier ook van overtuigd geraakt: er is nu op beide locaties een polikliniek Psychiatrie en medische psychologie en we doen consulten op alle afdelingen in huis. Onze afdeling werd verbouwd tot een moderne PAAZ/MPU, waarbij MPU staat voor Medisch Psychiatrische Unit. Daar ben ik wel trots op.”
Dokter én manager
Inmiddels is Marleen medisch manager voor de chronische zorg binnen het Dijklander Ziekenhuis. “Deze zorg wordt aangestuurd door een medisch manager en een bedrijfskundig manager samen. Vanuit deze rol zijn we ook onderdeel van het ziekenhuisbrede managementteam en denken we mee over strategische keuzes en het beleid van het ziekenhuis en over landelijke ontwikkelingen. Het was een mooie kans om een nieuwe stap te maken in het managementdeel van mijn werk. Hiervoor volgde ik een opleiding ‘succesvol besturen van ziekenhuizen’. Ik heb toen overwogen om helemaal over te stappen naar het management, maar dat wilde ik toch niet. Voor mij is dokter zijn én manager een ideale combinatie: twee dagen in de week meedenken over het grotere plaatje en twee dagen met de voeten in de klei: patiënten behandelen en ’s nachts op de spoedeisende hulp een acute situatie aanpakken.”
Elkaar versterken
De kansen die ze heeft gekregen, het feit dat ze met haar capaciteiten werd gezien, hebben er mede aan bijgedragen dat Marleen na 21 jaar nog met plezier in het Dijklander Ziekenhuis werkt. “Wat me specifiek aanspreekt van werken in dit ziekenhuis, is dat de focus ligt op het sámen werken in plaats van op hiërarchie. En dat wordt alleen maar meer. Als gevolg van de vergrijzing zien we een toename in het aantal patiënten met veel verschillende ziektebeelden tegelijkertijd. Je kunt dan niet alleen op je eigen poli blijven zitten, maar moet overleggen met andere vakgebieden. Sámen doen wordt dus steeds belangrijker. En dat wens ik ons ziekenhuis ook toe: dat we voortgaan met de goede samenwerking zowel binnen als buiten de muren van het ziekenhuis, dat de focus blijft liggen op het met elkaar doen, het elkaar versterken. Als dat goed lukt, zijn we op de toekomst voorbereid.”